Almere Krijgt Groen Licht voor Waterwerken in Galjoottocht, Ondanks Zorgen om Wezels

De provincie Flevoland staat Almere toe wezelverblijfplaatsen te vernielen voor waterafvoerverbetering in Almere Poort, cruciaal voor woningbouw. Milieuorganisaties uiten kritiek op de bescherming van de dieren.

Gepubliceerd 26090311

DelenInstagram

Almere Krijgt Groen Licht voor Waterwerken in Galjoottocht, Ondanks Zorgen om Wezels

De gemeente Almere heeft van de provincie Flevoland een vergunning gekregen om bij werkzaamheden aan de Galjoottocht in Almere Poort verblijfplaatsen van de beschermde wezel te beschadigen of te vernielen. Dit besluit, dat essentieel is voor de waterafvoer en verdere woningbouw in de regio, stuit op kritiek van de Marterstichting, die de genomen beschermingsmaatregelen onvoldoende acht. De Galjoottocht, een belangrijke watergang tussen Almere Poort en de Noorderplassen, staat centraal in de plannen van de gemeente. Volgend jaar wil Almere de watergang op diverse plekken verbreden, duikers vervangen en een bypass aanleggen. Deze ingrepen zijn noodzakelijk om wateroverlast tegen te gaan en ruimte te creëren voor de aanhoudende groei van Almere Poort en Duin. Door de bouw van nieuwe woningen en wegen kan regenwater minder goed in de bodem wegzakken, wat bij hevige regenval leidt tot een grotere toevoer naar de Galjoottocht. De huidige afvoercapaciteit bereikt volgens de gemeente haar grenzen, met een risico op te hoge waterpeilen en wateroverlast als gevolg. Dit raakt direct de veiligheid en leefbaarheid van de Flevolandse burger in groeiende wijken. De aanwezigheid van wezels, een beschermde diersoort, compliceert de uitvoering van de werkzaamheden. Vooral de locatie waar de extra waterverbinding moet komen, is volgens ecologisch onderzoek van belang voor deze marterachtige dieren. Hoewel de gemeente maatregelen treft – zoals het uitvoeren van de werkzaamheden buiten de voortplantingsperiode, het geleidelijk weghalen van begroeiing om dieren de kans te geven te vluchten, en de aanwezigheid van een ecoloog – is de Marterstichting kritisch. Zij stelt dat wezels niet zomaar kunnen uitwijken, omdat omliggende leefgebieden vaak al bezet zijn, wat kan leiden tot fatale territoriale gevechten. De stichting pleit voor aanvullende maatregelen, zoals het plaatsen van takkenhopen, struiken en kasten, om de dieren beter te beschermen. Hoewel er langs de nieuwe bypass een natuurvriendelijke oever met riet en planten wordt aangelegd, die het gebied op termijn aantrekkelijker kan maken voor de wezel, komen deze verbeteringen volgens de stichting te laat voor de direct getroffen dieren. De politieke afweging tussen stedelijke ontwikkeling en natuurbescherming komt hier duidelijk naar voren. De gemeente heeft naar alternatieve afvoerroutes gekeken, bijvoorbeeld via een nieuwe verbinding naar de Noorderplassen, maar deze zijn afgewezen vanwege de benodigde extra ruimte, grondaankoop en technische onuitvoerbaarheid. Dit toont de complexiteit van het vinden van oplossingen in een dichtbevolkte en groeiende regio als Flevoland. Voor andere beschermde diersoorten zoals de otter, bever en ringslang zijn geen aparte vergunningen nodig, omdat er geen vaste verblijfplaatsen zijn gevonden die door de werkzaamheden verdwijnen. Dit incident onderstreept de voortdurende uitdaging voor Flevoland om een balans te vinden tussen de noodzaak van infrastructuurverbetering en woningbouw, en de verantwoordelijkheid voor het behoud van de lokale biodiversiteit. Het roept vragen op over de effectiviteit van de huidige beschermingsprotocollen en de mate waarin de stem van natuurorganisaties wordt meegewogen in dergelijke cruciale besluiten.