Bonenvlieg teistert uienoogst in Emmeloord: 'Rijzende ster onder de plagen'
Uienteler Marien Verhage ziet groot deel oogst verloren gaan door bonenvlieg. Onderzoekers waarschuwen voor toenemende problemen door dit insect.
Gepubliceerd 26051517

In Emmeloord heeft uienteler Marien Verhage te maken met aanzienlijke schade aan zijn uienperceel, veroorzaakt door de larven van de bonenvlieg. Deze plaag, die vijf jaar geleden nog nauwelijks een probleem vormde, bedreigt nu een groot deel van zijn oogst. Verhage schat dat al 70 procent van zijn gewas verloren is gegaan. De bonenvlieg, die zich voedt met de jonge uienplantjes, blijkt een steeds grotere uitdaging voor de uienteelt in Flevoland. Onderzoeker Hilfred Huiting van Wageningen University & Research (WUR) bevestigt de toenemende problematiek rondom de bonenvlieg. In de Topgewas-podcast van Akkerwijzer noemt hij het insect nadrukkelijk “de rijzende ster” onder de insectenplagen in de uienteelt. Anders dan de uienvlieg, die gespecialiseerd is in uien, is de bonenvlieg een generalist die op diverse gewassen kan overleven en van ver kan komen aanwaaien. Dit maakt de bestrijding complexer. Huiting vermoedt dat de vergroening van de akkerbouw, waarbij boeren steeds vaker groenbemesters gebruiken en plantenresten achterlaten, de bonenvlieg onbedoeld helpt. Deze resten bieden namelijk schuilplaatsen en overlevingskansen voor het insect. Verhage beaamt dit, aangezien hij zijn akker de afgelopen maanden ook heeft verbeterd met groenbemesters. De aanpak van de bonenvlieg vereist een andere strategie dan die voor bekendere plagen. Volgens Huiting is de timing cruciaal. Er moet niet alleen naar het weer en de kalender gekeken worden bij het zaaien van uien, maar ook naar het moment van drijfmest uitrijden en het onderwerken van groenbemesters. Daarnaast is het belangrijk om te weten of er op dat moment vliegen aanwezig zijn. Het goede nieuws is dat de schade zich meestal in een korte periode voordoet. Door dit moment te ontwijken, bijvoorbeeld door uien al groot genoeg te laten zijn of juist nog niet boven de grond, kan het probleem mogelijk worden voorkomen. Voor Marien Verhage komt deze kennis dit seizoen te laat. Hij ziet zich genoodzaakt om opnieuw uien te zaaien, hoewel mei eigenlijk al te laat is. Hij heeft nu een laagje chemie boven het zaad gelegd om de larven in de bodem uit te schakelen. Voor andere uientelers in Flevoland en daarbuiten kan meer kennis over de bonenvlieg en betere timing in de toekomst het verschil maken. Het onderzoek naar de biologie van het insect, monitoring, timing van grondbewerking en de juiste volgorde van bemesten en zaaien is in volle gang. De bonenvlieg heeft zich definitief gevestigd in de Nederlandse akkerbouw en vraagt om een gerichte aanpak.
Laatste nieuws
Meer verhalen uit Flevoland — geselecteerd op actualiteit




