Flevoland Eist Maatwerk voor Stikstofbeleid: Geen Generieke Korting voor Onze Boeren

Flevoland verzet zich tegen generieke stikstofkortingen en pleit voor een gebiedsgerichte aanpak die recht doet aan de unieke akkerbouw in de provincie. Het college van GS vraagt minister Van Essen om rekening te houden met de specifieke situatie en de impact op PAS-melders en de grondmarkt.

Gepubliceerd 26091017

DelenInstagram

De provincie Flevoland roept het Rijk op tot een gebiedsgerichte aanpak van het stikstofprobleem, in plaats van generieke maatregelen die de unieke situatie van de Flevolandse landbouw miskennen. Het college van Gedeputeerde Staten heeft in een brief aan minister Jaimi van Essen van Landbouw, Natuur, Visserij en Voedselkwaliteit (LVVN) benadrukt dat een 'one-size-fits-all'-benadering niet passend is voor de polderprovincie, die voornamelijk bestaat uit akkerbouw en geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen haar grenzen heeft. Flevoland staat bekend om zijn grootschalige akkerbouw, met een beperkte omvang van veeteelt en pluimvee. Veel bedrijven zijn 'gemengd', waarbij mest van veebedrijven, vaak afkomstig uit andere provincies, wordt benut om de bodemkwaliteit te verbeteren. Deze specifieke context maakt dat de provincie het onterecht vindt dat Flevolandse boeren dezelfde ammoniakreductie van 42 tot 46 procent zouden moeten realiseren als boeren in andere provincies. De provincie pleit voor een proportionele aanpak, waarbij gekeken wordt naar de daadwerkelijke bijdrage van Flevolandse emissies aan de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden buiten de provincie, en de import van mest wordt meegewogen. Een generieke maatregel zou leiden tot een oneerlijke reductieopgave voor bedrijven met een wezenlijk verschillende uitgangspositie. Ook de voorgestelde zones rond Natura 2000-gebieden, waarin niet meer mag worden geboerd, stuit op kritiek. Dit raakt met name boeren in de Noordoostpolder, grenzend aan Overijssel, waar De Wieden en het Vollenhovermeer Natura 2000-gebieden zijn. Flevoland stelt dat de begrenzing van dergelijke zones gebaseerd moet zijn op de ligging van stikstofgevoelige natuur, de feitelijke bijdrage van bronnen en de aantoonbare effecten van maatregelen op natuurherstel. De provincie wil voortbouwen op de bestaande samenwerking met het Landbouw Collectief Flevoland en andere partners, en dringt aan op vroegtijdige betrokkenheid bij de planvorming van de minister. Doelen en effecten moeten in samenhang worden bezien, waarbij de stikstofopgave nadrukkelijk wordt verbonden met bredere uitdagingen zoals water, bodem, biodiversiteit, klimaat en toekomstbestendige voedselproductie. Een ander cruciaal punt voor Flevoland is het perspectief voor de circa 130 zogenaamde PAS-melders. Deze agrarische bedrijven kunnen sinds mei 2019 niet uitbreiden door de vernietiging van de toen geldende afspraken door de Raad van State. De provincie vindt het essentieel dat de minister juridische zekerheid biedt en uitvoerbare maatregelen introduceert, zodat deze ondernemers weer toekomstperspectief krijgen. Tegelijkertijd waarschuwt het college van GS de minister voor de mogelijke gevolgen van plannen om agrarische bedrijven te verplaatsen naar Flevoland. Een toename van boeren van elders zou de druk op de grondmarkt in de provincie vergroten en provinciale plannen in gevaar brengen. Flevoland staat open voor een langdurige samenwerking met het ministerie, maar wel op basis van een aanpak die recht doet aan de unieke kenmerken en ambities van de provincie.