Geboortecijfers in Flevoland dalen sterker dan landelijk gemiddelde

Het aantal kinderen per vrouw daalt in Flevoland sterker dan landelijk. Alleen Urk houdt stand. Economie, cultuur en woningmarkt spelen een rol.

Gepubliceerd 26052929

DelenInstagram

Geboortecijfers in Flevoland dalen sterker dan landelijk gemiddelde

In Flevoland krijgen vrouwen in de vruchtbare leeftijd minder kinderen dan het landelijk gemiddelde. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat deze trend, waarbij het gemiddelde kindertal per vrouw afneemt, zich sterker voordoet in Flevoland dan in de rest van Nederland. Deze ontwikkeling roept vragen op over de oorzaken en gevolgen voor de provincie. De afname van het vruchtbaarheidscijfer is niet uniek voor Flevoland; het is een landelijke trend die al sinds 2010 gaande is. Echter, de daling is het meest uitgesproken in Flevoland, Fryslân en Zuid-Holland, waar het vruchtbaarheidscijfer met maar liefst 19% is afgenomen. Ter vergelijking: in Zeeland was de daling met 11% het kleinst. In 2014 kregen vrouwen in bijna heel Flevoland gemiddeld 1,75 kind of meer, terwijl dit in 2024 in de meeste gemeenten is gedaald naar 1,5 kind of meer per vrouw. Alleen Urk vormt een uitzondering, waar het aantal kinderen per vrouw stabiel bleef op 1,75 of meer. Naast de daling van het kindertal, stijgt ook de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen. In 2024 waren vrouwen gemiddeld 30,4 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Deze stijging is vooral zichtbaar in de grote steden. In Flevoland is de gemiddelde leeftijd het laagst in de Noordoostpolder en op Urk, waar vrouwen gemiddeld jonger dan 29 jaar zijn bij de geboorte van hun eerste kind. In Almere ligt die leeftijd tussen de 30 en 31 jaar. De cijfers laten ook zien dat op Urk de grootste gezinnen te vinden zijn: in 22% van de geboortes ging het om een derde kind of meer, terwijl dit in Zeewolde slechts 12 tot 17% was. De verschillen in geboortecijfers tussen gemeenten worden beïnvloed door demografische en economische kenmerken, culturele oorzaken en de beschikbaarheid van woonruimte. Zo blijkt uit de cijfers van het CBS dat er een relatie is tussen het gemiddelde kindertal per vrouw en religie. In gemeenten waar relatief veel gestemd wordt op CU en SGP ligt het gemiddelde kindertal per vrouw hoger. Ook economische omstandigheden spelen een rol: een hoger jaarinkomen hangt sterk samen met het gemiddelde kindertal per vrouw. Tot slot speelt de woningmarkt een duidelijke rol: een groter percentage nieuwbouwwoningen in een gemeente leidt tot een hoger gemiddeld kindertal. De ontwikkelingen in Flevoland laten zien dat het belangrijk is om aandacht te besteden aan deze factoren, om zo een evenwichtige demografische ontwikkeling te bevorderen. De dalende geboortecijfers en de stijgende leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, zijn belangrijke trends die de aandacht vragen van beleidsmakers en onderzoekers. Het is essentieel om de oorzaken van deze ontwikkelingen verder te onderzoeken en te kijken naar mogelijke maatregelen om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Flevoland voor jonge gezinnen te behouden en te versterken.