Lelystad Verhoogt Pot Startersleningen met 10 Miljoen: Een Zegen of Een Zorg?
Lelystad stelt voor om nog eens 10 miljoen euro in startersleningen te steken, na groot succes. De leningen helpen starters, maar roepen ook vragen op over gemeentelijke financiën en mogelijke prijsopdrijving.
Gepubliceerd 2609047

De gemeente Lelystad staat op het punt om een aanzienlijk bedrag van 10 miljoen euro extra te reserveren voor startersleningen. Dit voorstel van het college van burgemeester en wethouders, dat waarschijnlijk in oktober door de gemeenteraad wordt behandeld, moet ervoor zorgen dat (nieuwe) inwoners financiële ondersteuning kunnen blijven krijgen bij de aankoop van hun eerste woning. De maatregel volgt op een periode van groot succes, waarbij Lelystad landelijk bovenaan staat in het aantal verkochte huizen met een starterslening. Uit recente cijfers van het Kadaster blijkt dat maar liefst 43 procent van de verkochte woningen in Lelystad met behulp van een starterslening is aangekocht. Dit onderstreept de populariteit en de noodzaak van deze regeling voor veel woningzoekenden. De gemeente verstrekt gemiddeld 30 van deze renteloze leningen per maand, die pas na enkele jaren hoeven te worden terugbetaald en een maximumbedrag van 65.000 euro kennen. De eerdere pot van 20 miljoen euro, die in februari vorig jaar werd aangevuld, is inmiddels leeg, wat de urgentie van de nieuwe injectie van 10 miljoen euro verklaart. Met deze nieuwe toevoeging heeft de gemeente Lelystad in totaal 56 miljoen euro in startersleningen geïnvesteerd. Ondanks het onmiskenbare succes en het feit dat de leningen doorgaans worden afgelost, wat het financiële risico voor de gemeente beperkt, zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen. De voortdurende toename van het bedrag dat in startersleningen wordt gestoken, is niet zonder gevolgen voor de gemeentelijke begroting. Samen met andere leningen op het gebied van wonen heeft de gemeente nu zo’n 100 miljoen euro aan leningen uitstaan. Dit geld is niet beschikbaar voor andere cruciale gemeentelijke uitgaven, zoals de bouw van nieuwe scholen of de aanleg van de rondweg langs het stadsdeel Zuiderhage. Bovendien kan de groei van het aantal uitstaande leningen leiden tot hogere rentelasten voor de gemeente, een factor die de financiële manoeuvreerruimte verder kan beperken. De kritiek op de regeling is niet nieuw. Vorig jaar februari vroeg de PVV zich al af of de starterslening niet juist leidt tot een opdrijving van de huizenprijzen, waardoor het beoogde doel – starters helpen – deels teniet wordt gedaan. Het college van B&W erkent de noodzaak van een grondige analyse en laat daarom een evaluatie uitvoeren. Deze evaluatie moet uitwijzen of de starterslening daadwerkelijk doet wat hij moet doen: starters effectief ondersteunen bij de aankoop van hun eerste woning, zonder ongewenste neveneffecten. De resultaten van dit onderzoek worden voor de zomer van volgend jaar aan de gemeenteraad voorgelegd. De komende gemeenteraadsvergadering in oktober, waarin over het voorstel wordt gestemd, zal een belangrijke stap zijn in de afweging tussen het stimuleren van de woningmarkt en het bewaken van de gemeentelijke financiële gezondheid en bredere investeringsbehoeften.
Laatste nieuws
Meer verhalen uit Flevoland — geselecteerd op actualiteit




