Nieuw licht op MKZ-uitbraak 1983: 'Lek in Lelystads lab' waarschijnlijke oorzaak Nagele-besmetting
Archiefonderzoek van de Volkskrant suggereert dat de mond-en-klauwzeeruitbraak van 1983 in Nagele vrijwel zeker afkomstig was van een onderzoekslaboratorium in Lelystad, in tegenstelling tot eerdere overheidsverklaringen.
Gepubliceerd 260608294

Een recente onthulling, gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek door de Volkskrant, werpt nieuw licht op de mond-en-klauwzeer (MKZ)-uitbraak die eind 1983 de agrarische sector in Flevoland teisterde. Destijds werd de oorzaak van de besmetting in Nagele niet direct gekoppeld aan het Centraal Diergeneeskundig Instituut (CDI) in Lelystad. Nu blijkt echter dat het virus vrijwel zeker afkomstig was van een lek in dit onderzoekslaboratorium aan de Houtribweg. Deze conclusie, die tot stand kwam na gesprekken met direct betrokkenen en analyse van archiefstukken, staat haaks op de informatie die de overheid destijds verstrekte. Volgens wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk hielden economische belangen de waarheid destijds tegen. Het virus zou begin december 1983 al het IJsselmeer zijn overgewaaid, van het CDI in Lelystad naar de Domineesweg tussen Urk en Nagele. De koeien van de familie Renne werden als eersten ziek, gevolgd door de stallen van overbuurman Guus Habets. Habets blikte begin vorig jaar nog terug op deze ingrijpende periode, waarbij hij de schokkende aanblik van 'witte vlokken uit de bek' van zijn jonge koeien beschreef. De uitbraak verspreidde zich verder naar vier andere boeren in de Noordoostpolder en twee dierhouders in Noord-Holland. Opvallend is dat de getroffen boeren onderling al snel naar het CDI in Lelystad wezen. Een achternicht van de familie Renne, die destijds bij het CDI werkte, bevestigde dat het MKZ-virus was overgeslagen van het lab naar een eigen varkensstal op het terrein. Een onderzoeker die in 1983 bij het CDI werkte, heeft dit verhaal nu bevestigd. Hij ontdekte destijds het interne lek, wat leidde tot het ruimen van de eigen varkens nog voordat de uitbraak Nagele bereikte. Toen het nieuws van de zieke dieren in Nagele Lelystad bereikte, werd tijdens spoedoverleg al de mogelijkheid van een 'lablek' besproken, zo herinnert een andere onderzoeker zich 41 jaar later. Deze verdenking werd versterkt toen bleek dat de dieren in Nagele besmet waren met hetzelfde virustype dat in Lelystad werd onderzocht. Hoewel het CDI-pand splinternieuw was en de ontsmettingsregels streng, bleken medewerkers en bezoekers zich hier niet altijd aan te houden. Een concept-rapport uit die tijd beschrijft de zwakke punten in het beveiligingssysteem. Opmerkelijk is dat in de kantlijn van dit rapport, dat nu in het Nationaal Archief ligt, suggesties stonden om conclusies aan te passen en passages over onvoorzichtige verzorgers te 'weglaten'. Het eindrapport uit 1985 bleek inderdaad veel van deze risico's te hebben 'weggepoetst', waarschijnlijk om de Nederlandse economische belangen en de reputatie van de agrarische sector te beschermen. Een jaar na de uitbraak in Nagele onderging het CDI in Lelystad een grondige verbouwing met strengere veiligheidseisen. Het instituut staat tegenwoordig bekend als Wageningen Veterinary Research. Het huidige Ministerie van Landbouw en Wageningen Veterinary Research zeggen niet veel te kunnen zeggen over de gebeurtenissen van destijds. Wel stelt Wageningen Veterinary Research dat een dergelijke uitbraak met de huidige kennis, techniek en strenge maatregelen 'hoogst onwaarschijnlijk' is. Deze nieuwe inzichten benadrukken het belang van transparantie en de noodzaak om te leren van historische gebeurtenissen, vooral wanneer het gaat om de volksgezondheid en de economische stabiliteit van onze Flevolandse agrarische sector.
Laatste nieuws
Meer verhalen uit Flevoland — geselecteerd op actualiteit




