Wmo Dronten op orde, maar Rekenkamer eist scherpere keuzes voor toekomst
De Rekenkamer Dronten beoordeelt de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als 'op orde', maar adviseert de gemeente dringend om scherpere beleidskeuzes te maken. Dit is essentieel voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de ondersteuning aan inwoners op lange termijn, gezien de toenemende druk op het sociaal domein.
Gepubliceerd 26060816

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Dronten functioneert naar behoren, zo concludeert de onafhankelijke Rekenkamer Dronten in een recent onderzoek. Echter, de gemeente staat voor de uitdaging om het beleid te herijken en scherpere keuzes te maken. Dit is noodzakelijk om de ondersteuning aan inwoners te verbeteren en Dronten voor te bereiden op de toenemende druk op het sociaal domein, die onder meer voortkomt uit vergrijzing en complexere hulpvragen. Sinds tien jaar zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van inwoners die niet op eigen kracht of met hulp van hun omgeving kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit omvat onder andere huishoudelijke hulp, begeleiding en woningaanpassingen, met als primair doel dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en participeren. De Rekenkamer benadrukt dat, hoewel gemeenten beleidsvrijheid hebben, de uitvoering van de Wmo zowel landelijk als lokaal onder druk staat. De toenemende vraag naar hulp door een groeiend aantal ouderen en complexere hulpvragen staat in contrast met de wens van gemeenten om zelfredzaamheid te bevorderen en maatwerkvoorzieningen te beperken. Dit creëert spanningen tussen beschikbare middelen, beleidsdoelen en de daadwerkelijke behoeften van inwoners. In Dronten is het beleid de afgelopen jaren meerdere keren aangepast, wat de aanleiding vormde voor het onderzoek van de Rekenkamer. Het onderzoek richtte zich op de aansluiting van het beleid bij de behoeften van Drontenaren en een vergelijking van kosten en kwaliteit met andere gemeenten. De Rekenkamer stelt vast dat Dronten voldoet aan de wettelijke eisen, onder meer door wijkgerichte ondersteuning en een duidelijke toegang tot hulp. Hoewel er in Dronten nog geen volledige 'sociaal domein-paraplu' is, zoals gewenst in het coalitieakkoord van 2022, zijn de regels voor aanvragen duidelijk. Uit het onderzoek blijkt dat Drontenaren de Wmo gemiddeld waarderen met een 7,6. Vooral ouderen en mensen met een kortdurende hulpvraag zijn positief over de kwaliteit en passendheid van de ondersteuning. Echter, jongere inwoners en mensen met een langdurige hulpvraag zijn minder positief en ervaren minder effect. De Rekenkamer signaleert ook dat het systeem voor klachtenafhandeling te afhankelijk is van individuele medewerkers, wat de continuïteit en kwaliteit onder druk zet. De kosten voor de Wmo, met name voor huishoudelijke ondersteuning, blijven stijgen door vergrijzing en hogere zorgkosten. Maatregelen om deze kosten te beheersen hebben tot op heden onvoldoende effect gehad. De Rekenkamer adviseert Dronten om meer samenwerking en samenhang binnen het sociaal domein te creëren, beter inzicht te krijgen in de resultaten en effecten van de ondersteuning, en beleid en uitvoering beter af te stemmen op de verschillende groepen inwoners. Daarnaast moet er beter gestuurd worden op kosten en kwaliteit. Het college van burgemeester en wethouders herkent de conclusies en benadrukt de investeringen in een wijkgerichte aanpak en de weg naar stevige lokale teams. De signalen over specifieke groepen en langdurige trajecten worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het Wmo-beleid. De gemeenteraad van Dronten zal het rapport op 17 juni bespreken, wat een belangrijke stap is in de verdere optimalisatie van de Wmo voor alle inwoners van Dronten.
Laatste nieuws
Meer verhalen uit Flevoland — geselecteerd op actualiteit




